Veiligheid

De meeste multimeters zijn voorzien van een zekering, of twee zekeringen, die schade aan de multimeter door overbelasting zal voorkomen. Een veel voorkomende fout bij het gebruik van een multimeter is dat de meter is ingesteld om weerstand of stroom te meten, en deze daarna direct naar een lage impedantie spanningsbron over te zetten. Ongefuseerde meters worden vaak snel vernietigd door dergelijke fouten; gefuseerde meters zullen echter vaak overleven. Zekeringen gebruikt in de meters moeten minimaal de maximale meetstroom van het instrument aankunnen, maar zijn bedoeld om los te koppelen als de er een fout ontstaat in de meter door een lage impedantie. Meters met onvoldoende of onveilige fusering zijn niet ongewoon; deze situatie heeft geleid tot de oprichting van de IEC61010 categorieën om de veiligheid en de robuustheid van meters vast te stellen.

Digitale meters zijn beoordeeld in vier categorieën op basis van hun beoogde toepassing, zoals uiteengezet door IEC 61010-1 en herhaald door nationale en regionale standaarden groepen, zoals de CEN EN61010 norm.

  • Categorie I: gebruik waarbij de apparatuur is niet rechtstreeks aangesloten op het lichtnet
  • Categorie II: gebruik op eenfase lichtnet laatste sub-circuits
  • Categorie III: gebruik op permanent geïnstalleerde ladingen zoals distributiepanelen, motoren, en 3-fasen apparaat outlets
  • Categorie IV: gebruik op locaties waar de fout niveaus zeer hoog zijn

Elke categorie bepaalt tevens de maximumduur van voorbijgaande aard spanningen voor geselecteerde meetbereiken in de meter. Voordat u een multimeter aanschaft dient u zich dus goed te beseffen waarvoor u de meter wilt gebruiken en of deze wel geschikt is voor het door u gewenste gebruik. Let ook altijd goed op dat de meters voldoen aan alle verplichting keurmerken.